Abnormaal goed

Boek

Abnormaal goed zijn is misschien gewoon jezelf durven zijn


Wat als datgene waar je al je hele leven tegenaan loopt, tegelijk de weg wijst naar je grootste talent? Dat is de centrale gedachte uit Abnormaal goed van Peter Ampe en Emily Rammant. Het boek vertrekt vanuit een eenvoudige maar krachtige overtuiging: mensen die afwijken van de norm zijn niet per definitie minder sterk. Hun brein werkt anders, en precies daarin kan een bijzondere kracht schuilgaan.

De auteurs hebben het vooral over neurodivergentie: manieren van denken en functioneren die niet helemaal passen binnen wat we doorgaans โ€˜normaalโ€™ noemen. Denk aan kenmerken van autisme, AD(H)D, dyslexie of OCS. Belangrijk is dat deze kenmerken niet zwart-wit zijn. Ze liggen op een spectrum. Sommige mensen krijgen een diagnose, anderen herkennen wel bepaalde eigenschappen maar blijven onder de radar. Toch kunnen ook zij merken dat ze anders reageren, anders leren, anders communiceren of anders werken dan hun omgeving verwacht.

Het boek nodigt ons uit om minder snel te denken in tekorten en meer in mogelijkheden. Natuurlijk willen de auteurs de moeilijkheden niet minimaliseren. Neurodivergentie kan zwaar zijn. Het kan zorgen voor misverstanden, vermoeidheid, onzekerheid of frustratie. Maar tegelijk geldt volgens hen: geen negatief zonder positief. Een brein dat afwijkt van de norm, kan ook uitzonderlijk sterk zijn in bepaalde dingen.

Bij mensen met autistische kenmerken kan dat bijvoorbeeld gaan om een sterk oog voor detail, een goed geheugen, gevoel voor structuur, taal of systemen. Ze zijn misschien niet altijd op hun gemak in sociale situaties, maar kunnen uitblinken wanneer ze zich mogen verdiepen in wat hen echt boeit. Bij AD(H)D zien we dan weer vaak energie, snelheid, impulsiviteit, creativiteit en het vermogen om onverwachte verbanden te leggen. Dat brein heeft prikkels, variatie en deadlines nodig om tot leven te komen. Wat in een vaste, trage omgeving lastig is, kan in een dynamische context net een groot voordeel worden.

Ook dyslexie wordt in het boek niet alleen gezien als een leerprobleem. Wie moeite heeft met lezen of schrijven, wordt vaak gedwongen om op een andere manier te denken. Minder in woorden, meer in beelden, patronen en grote gehelen. Daardoor kunnen mensen met dyslexie sterke visuele denkers, creatieve probleemoplossers en vernieuwers zijn. En bij OCS kan achter dwang of angst soms ook een grote zorgvuldigheid, verantwoordelijkheidszin en productiviteit zitten, op voorwaarde dat de dwang niet de controle overneemt.

De rode draad is duidelijk: je talent vind je niet door jezelf te vergelijken met de norm, maar door te onderzoeken waar jij anders bent. Waar bots je telkens op? Welke opmerkingen krijg je vaak? Wat kost je veel energie? Maar ook: wat doe je vanzelf? Waar verlies je de tijd uit het oog? Waar zien anderen iets bijzonders in jou? Net daar kan een aanwijzing zitten.

Toch is zelfkennis maar de eerste stap. Minstens even belangrijk is de juiste omgeving. Een talent komt pas echt tot bloei in een context die het begrijpt en ondersteunt. Iemand met autistische kenmerken heeft misschien nood aan voorspelbaarheid, rust en respect voor focus. Iemand met AD(H)D heeft mogelijk vrijheid, afwisseling en deadlines nodig. Iemand met dyslexie kan beter functioneren met autonomie, visuele ondersteuning en ruimte om eigen structuren te maken. En iemand met OCS heeft baat bij een omgeving waar grondigheid gewaardeerd wordt, maar waar ook grenzen en ondersteuning zijn.

Hoe dan ook, wat werkt voor neurodivergente personen komt vaak ook de niet-neurodivergente personen tegemoet in hun behoeften.

Zijn we tenslotte niet allemaal een beetje (ab)normaal goed?

Abnormaal goed. Vind je talent via je afwijking
Peter Ampe & Emily Rammant - Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2022 - ISBN 978 94 014 8587 6