Alles wordt anders

Boek

Om de 70 à 80 jaar (een 3 à 4 generaties) gebeurt er een drastische wijziging in hoe het er aan toe gaat in de wereld. Dat is de basis van het boek.

Koen Schoors, econoom en hoogleraar aan de Faculteit Economie & Bedrijfskunde van de Universiteit Gent, neemt ons mee naar het beeld van de wereld over 70 jaar. Wat kunnen we verwachten tegen dan? Niemand heeft een glazen bol en kan ‘verzekeren’ dat het verhaal dat nu verteld wordt, ook effectief 100% zal uitkomen. Maar als je onderzoek doet naar evoluties/omwentelingen, je weet welke (populaire) trends er nu in de kinderschoenen staan, … dan kan je toch een gerede inschatting maken van het globaal te verwachten beeld.

Het is sowieso al zeker dat de keuzes van vandaag mee beslissen over de toekomst van morgen en de geschiedenis is wat we er samen van maken. Ook kan je niet uitgaan van een rechte lijn, al zeker niet tussen oorzaak-gevolg. We zitten immers in een systeem waarbij een wijziging op 1 punt, effecten heeft op zovele andere punten die ook onderling elkaar beïnvloeden.

De 5 grote transities die Koen Schoors voorspelt, zijn:

  • juistere prijzen,
  • de regionalisering van de wereldeconomie,
  • een meer circulaire wereld,
  • de ontgroening van de wereld (minder jongeren en meer ouderen),
  • digitalisatie, automatisatie en AI ten dienste van de mens

Juistere prijzen

Tot op heden hanteren we voor een aantal zaken geen juiste prijs waardoor we een vals gevoel van “goedkoop” ervaren. In het boek worden de brandstofprijzen als eerste besproken. Deze zijn relatief goedkoop omdat er geen bijdrage ingecalculeerd is voor de vervuiling en de andere negatieve effecten die ontstaan door het gebruik ervan. Deze kost wordt opgedrongen aan het milieu en klimaat zonder dat er iets tegenover geplaatst wordt (op wat schijnacties na). Zo worden ook nog andere zaken besproken als veeteelt, de huizenmarkt en het geld.

Als we overal de juiste prijs zouden voor rekenen, dan zouden meer mensen overgaan tot het gebruik van alternatieven of op zijn minst de huidige consumptie van die goederen doen minderen. Door bijvoorbeeld meer in te zetten op gebruik deelauto’s, duurzame energie, meer groenten en minder vlees, …

Niet dat daarom al die slechte zaken compleet overboord moeten gesmeten worden. Er mag gerust nog wat vlees gegeten worden. Maar het kan minder en er moet al zeker geen overproductie zijn. Er kan ook ingezet worden op meer duurzame manieren van bijvoorbeeld landbouw. Hierbij wordt al even de link gelegd met ‘nieuwe technologie’. Zo kunnen drones ingeschakeld worden om problemen aan de oogst te detecteren om dan gericht te besproeien. Dit dus met minder product en mogelijks zelfs een meer ecologische versie van bestrijdingsmiddel.

Regionalisering van de wereldeconomie

Het huidig wereldsysteem is hypergeglobaliseerd waarbij internationale handel dagdagelijkse kost is. Schokken van wereldformaat zorgen er voor dat er meer gelijkheid komt tussen landen, maar het zorgt ook dat de ongelijkheid binnen landen stijgt. De rijken halen bovendien hun winst meer uit kapitaal dan uit arbeid. De winst op kapitaal stijgt dus sneller dan de lonen en worden bovendien minder belast. Door de liberalisering ontstonden er grote gaten in het sociale en economische weefsel waardoor het politieke populisme in de zwaarst getroffen regio’s het meest toeneemt als verzet tegen het huidige systeem.

Industrieel beleid en protectionisme zijn terug wat zorgt voor een indeling in relatief dichte regionale clusters en minder een globaal verhaal. Elke land/cluster zal proberen de productieketting van de nieuwe groene industrieën volledig naar het eigen gebied te halen. Dit zal pas lukken als de bedrijven een voldoende grote afzetmarkt veronderstellen. De regionale cluster mag dus ook niet te klein zijn. Een volledige deglobalisering is niet gewenst omdat het nog steeds mogelijk moet zijn om goedkopere producten aan te schaffen zonder evenwel te blijven hangen in een weggooi-consumptie maatschappij. Als de regionalisering bovendien kan zorgen voor lokale, duurzame energievoorzieningen, dan vervagen de comparatieve voordelen van fossiele brandstoffen waardoor de wereldhandel hiervan vermindert.

In dat opzicht beseffen we te weinig de rol van de EU omdat we teveel van haar realisaties als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen. Toch is de EU meer dan vrijhandel. Het is een uniek experiment van vrijwillige samenwerking waarbij het enge nationalisme overstegen wordt. Door in te zetten om de regionalisering, zullen we onafhankelijker worden van anderen (vb Rusland die ons gas levert).

Naar een circulaire economie

Doordat we met steeds meer op deze wereldbol rondlopen en we volop blijven consumeren, raakt de wereld uitgeput. Naar schatting zijn we bijna aan de piek van de bevolkingsgroei en zal dat zich stilaan stabiliseren. Maar dat op zich is onvoldoende om de uitputting een halt toe te roepen. We zullen meer moeten inzetten op circulariteit. Waarbij we gebruik maken van producten die nagenoeg geen afval produceren. Batterijen kunnen herbruikbaar gemaakt worden waarbij er op het einde van de levensduur materialen kunnen gerecupereerd worden om andere zaken mee te maken zonder extra grondstoffen nodig te hebben. Ook moeten we beter nadenken over wat we nu beschouwen als afval. Hierbij verwijst Koen Schoors naar de warmte in een datacenter. In plaats van die uit te stoten of de datacenters actief te gaan koelen, kunnen we die warmte misschien afleiden om huizen of naar serres om die te verwarmen. Dergelijke systemen zullen ook zorgen voor een ‘reorganisatie’ van de ruimtelijke indeling. Want dan wordt het interessanter een woonwijk te hebben in de buurt van een datacenter.

Het grote gebruik van zonnepanelen en windmolens, op de huizen en in de buurt van woonwijken kan een voordeel zijn om de transportkosten van energie te drukken. Zo kunnen onderlinge afspraken gemaakt worden in onderlinge energietransfers en de kost ervan.

Het ander denken over afval en meer de uitdaging aangaan om naar energiebronnen te gaan zoeken, zullen een verbetering opleveren voor de mens en het milieu, maar ook op economisch gebied zullen er voordelen zijn. Mogelijks nog op andere levensdomeinen.

Demografische transitie

De bevolkingstoename zal afnemen doordat de levensverwachting een natuurlijke bovengrens heeft en de fertiliteit daalt. De bevolkingspiramide is al eventjes niet meer en werd/wordt stilaan vervangen door een bevolkingszuil. De vergrijzing brengt enorme kosten met zich mee. De ontgroening kent ook enkele voordelen. Denk maar aan de arbeidsmarkt. Vroeger moest je als ‘jager’ op zoek naar een job en je duidelijk profileren om kans te maken de job binnen te halen. In de toekomst draaien de rollen om en zullen bedrijven op zoek gaan om (eindelijk) invulling te vinden voor de functie. Bovendien zal men zich kunnen permitteren om een ‘functie op maat’ te onderhandelen.

Als we bovendien de lonen minder afhankelijk maken van anciënniteit en restrictiever omgaan met systemen zoals de ‘brugbanen’ dan kan dat een win opleveren voor alle partijen, ja ook de werknemers.

Bedrijven zullen meer op zoek gaan naar talent. En talent op zich heeft geen kleur, taal, afkomst of gender. Hierdoor wordt de arbeidsmarkt meer gediversifieerd met grote voordelen voor alle partijen. Want hoe kun je als bedrijf je product goed afstemmen op potentiële kopers/gebruikers, dan door werknemers te hebben uit de doelgroep? Bovendien verhoogt diversiteit de creativiteit en het dynamisme. Beiden zullen hard nodig zijn om te floreren in de bedrijfswereld.

Een dalende wereldbevolking en vooral dalend aantal jongeren zal de economische groei vertragen, maar de economische groei per hoofd misschien doen toenemen. Dus meer welvaart per capita en toch de totale ecologische voetafdruk laten dalen.

De duistere kant van AI

Heb geen vrees voor een singulariteit waarin de collectieve intelligentie van de machines de schadelijke gevolgen vaststellen van het menselijk ras en als enige oplossing zien dat het menselijk ras moet uitgeroeid worden om de aarde te laten overleven.

Wat wel kan gebeuren is dat AI de democratie in de richting van een autocratie duwt. Het is goed om bijvoorbeeld een patiëntendossier bij te houden om vanuit data behandelschema’s te kunnen opstellen of zelfs maatschappelijke beleidsmaatregelen te nemen. Maar als deze data ‘misbruikt’ worden, dan kan je zover gaan dat, als iemand gezondheid ondermijnend gedrag vertoont, dat die onmiddellijk beboet wordt of uitgesloten wordt van verdere behandeling. De individuele verantwoordelijkheid wordt opgedrongen ten nadele van de solidariteit wat er voor zal zorgen dat iedereen zich op z’n eiland gedwongen voelt en zelf ook niet meer geneigd is om anderen tegemoet te komen. Los van het feit dat er geen garantie is dat AI echt rechtvaardig, betrouwbaar en fair is. Want AI traint zichzelf, met een ‘black box’ als gevolg tussen input en output. Als de trainingsdata een (latente) fout bevatten, kan dat een serieuze impact hebben op de werking van de AI (kijk hiervoor ook maar in het boek van Lieven Scheire). Een andere vorm van misbruik is het inschakelen van AI om desinformatie te creëren en verspreiden. Je kan de informatie zo gericht maken dat deze terecht komt bij de doelgroep die je verkiest bij het opstellen van de boodschap door AI. Hierdoor kan je de gedachte eenzijdig versterken bij de doelgroep en dus inzetten op polarisatie. Veel jongeren geraken zo verzeild in de echokamer van hun eigen gelijk. Bevestiging is overal, twijfel nergens.

Het wordt moeilijk nog te weten wat eigenlijk de waarheid is.

Echter, als AI op een positieve manier wordt gebruikt, dan kan dat een enorme meerwaarde zijn voor de welvaart van de mensheid. Opnieuw verwijs ik hierbij graag naar het boek van Lieven Scheire.

Ik kan je alleen maar aanraden om het boek te lezen. Het zet aan tot nadenken. En het is misschien goed dat je er over nadenkt om bij jezelf na te gaan aan wat voor wereld je wil meehelpen bouwen. Want jouw beslissing van vandaag, bepaalt de wereld van je (achter)kleinkinderen.

Alles wordt anders ...en beter, Koen Schoors, Borgerhoff & Lamberigts nv, Gent, 2024 (7e druk december), ISBN 9789464788044