Oh NEE, ik ben een FTE!

Boek

Ben ik een FTE, of toch vooral een mens van waarde?

Bij het lezen van Oh NÉÉ, ik ben een FTE! bleef ik regelmatig hangen bij één eenvoudige, maar confronterende gedachte: hoe vaak kijken we in organisaties eigenlijk nog écht naar mensen? Niet naar functies, rollen, kostenplaatsen of beschikbaarheden. Maar naar mensen. Met hun talent, hun energie, hun twijfels, hun leervermogen en hun goesting om iets bij te dragen.

Het woord FTE gebruiken we meestal heel vanzelfsprekend. Het is handig, duidelijk en meetbaar. Maar net daardoor vond ik het boek zo sterk: het toont hoe snel een mens in taal kan verschuiven naar een rekeneenheid. En zodra dat gebeurt, verdwijnt er iets belangrijks uit beeld. Dan praten we niet meer over iemands waarde, maar over iemands inzetbaarheid.

Resultaat is niet de bron

De gedachte dat resultaat eigenlijk nooit het beginpunt is, is belangrijk om te onthouden. We doen vaak alsof dat wel zo is. We sturen erop, meten erop, rapporteren erover en rekenen erop af. Maar resultaat is een gevolg. Het ontstaat omdat mensen iets doen, proberen, leren, aanpassen, opnieuw proberen en samen vooruitgaan.

Als je daarover nadenkt, merk je hoe gemakkelijk we de volgorde omdraaien. We kijken naar cijfers en trekken daar conclusies uit. Maar achter elk cijfer zit gedrag. Achter gedrag zitten keuzes. En achter keuzes zitten mensen. Mensen met hun motivatie, hun context en hun drijfveren. Dáár begint dus pas de échte waarde.

Waar stroomt onze aandacht naartoe?

Een zin die blijft hangen is: alles stroomt naar waarde. Ik vind dat een mooie gedachte, omdat ze tegelijk simpel en pijnlijk eerlijk is. Waar we echt waarde aan geven, daar gaat onze tijd naartoe. Onze aandacht. Onze vergaderingen. Onze dashboards. Onze beslissingen.

En dus is het relevant de vraag te stellen: waar stroomt de aandacht in onze organisaties vandaag naartoe? Naar controle, voorspelbaarheid en kosten? Of ook naar vertrouwen, ontwikkeling, samenwerking en betekenis voor de klant? Natuurlijk hebben we cijfers nodig. Maar cijfers tonen vooral wat er gebeurd is (verleden). Mensen bepalen wat er nog mogelijk wordt (toekomst).

Leren doe je niet op afstand

Ook het idee van PQ, het praktisch quotiënt, is herkenbaar. We kunnen veel weten, veel begrijpen en veel aanvoelen. Maar uiteindelijk krijgt waarde pas vorm in de praktijk. Door te doen. Door te botsen. Door fouten te maken. Door bij te sturen. Door opnieuw te beginnen.

Dat vraagt wel iets van een organisatie. Namelijk ruimte om te proberen. En veiligheid om niet onmiddellijk afgerekend te worden wanneer iets niet lukt. Want als mensen vooral bang zijn om fouten te maken, gaan ze minder bewegen. Dan worden ze voorzichtig. Dan volgen ze het proces, maar verliezen ze misschien hun eigen bijdrage. En net daar zit een groot risico.

Het waarom maakt het verschil

Nog iets waar je best bij blijft stilstaan: de waaromvraag. Niet alleen wat doen we? Niet alleen hoe doen we het? Maar waarom doen we dit eigenlijk? Die vraag lijkt eenvoudig, maar ze raakt meteen aan motivatie, identiteit en betekenis.

Ik (h)erken hoe snel we investeren in methodes, tools, processen en vaardigheden. Dat is allemaal nuttig. Maar als mensen niet voelen waarom iets ertoe doet, blijft het vaak oppervlakkig. Dan krijg je naleving in plaats van betrokkenheid. En naleving brengt je misschien tot het minimum. Betrokkenheid brengt je verder.

Van rekeneenheid naar menselijkheid

De kern van het boek: duurzame waarde ontstaat niet door mensen te reduceren tot kostenposten. Ze ontstaat wanneer we menselijk potentieel herkennen, ontwikkelen en verbinden. Niet alleen individueel, maar vooral samen, collectief.

Dat vraagt leiderschap dat vertrouwen geeft. Leiderschap dat niet alleen vraagt: wat heb je opgeleverd? Maar ook: wat heb je geleerd? Waar liep je tegenaan? Waar heb je hulp nodig? Waar wil je in groeien? Dat zijn vragen die mensen niet kleiner maken, maar groter.

De vraag om mee te nemen

Misschien is dat wel wat je vooral kan meenemen uit dit boek: waarde ontstaat elke dag opnieuw. Niet alleen in rapporten of KPI’s, maar in gesprekken, keuzes, fouten, feedback, vertrouwen en samenwerking. In de moed om iets te proberen. In de bereidheid om samen beter te worden.

Daarom voelt de vraag niet meer als: hoeveel FTE’s hebben we nodig?

Maar eerder: hoeveel menselijke waarde maken we mogelijk?

En: durven we daar evenveel aandacht aan te geven als aan de cijfers die eruit voortkomen?

Een afsluiter

Misschien iets om eens over na te denken, bij stil te staan: waar word jij in je werk vooral op gezien — op je resultaat, op je rol, op je kost, of op de waarde die je als mens toevoegt?

En minstens even belangrijk: hoe kijk jij zelf naar de mensen rondom jou?

Oh NÉÉ, ik ben een FTE! - Waarom MENSEN waardevol zijn en RESULTAAT niet en hoe je deze WAARDE succesvol in PRAKTIJK brengt. / David Hulsenboom & Siebe Huizinga / Uitgeverij Kompas, DE Houten / juni 2015 / ISBN 978 94 921 0702 2

Tekening hieronder met dank aan Loko Cartoons